Met de auto naar Marokko
Msemen met kefta, mintsnoepjes tegen de slaap en autopech die eindigt in vriendschap. Oldskool naar het zuiden.
Stories. Culture. Comedy. Real Life.
De nieuwe theatertour reist door heel Nederland. Intimate rooms, big nights, zero filler.
Sketches en gesprekken die alle kanten op gaan. Bijna dagelijks fragmenten op Instagram, elke twee weken een volledige aflevering op YouTube.
Fasten your seatbelt. Turbulentie gegarandeerd.
Nieuwe data worden binnenkort aangekondigd.
Geribd, hoge boord. Neutrale tinten die bij alles werken.
Zwaar katoen, boxy pasvorm. Geprint in kleine oplages.
Keramiek met matte glazuur. Voor de harira en de late koffie.
Zes panelen, geborduurd. Schuin op, zoals het hoort.
Soft-touch, alle courante modellen. Twaalf prints.
3andak hé, deze collectie is beperkt, loezoe is loezoe.
Eén Sloegie. Zes rollen. Nul controle.
Van huisarts tot burgemeester: Sloegie kruipt in iedere rol waar hij niet in hoort. Korte fragmenten bijna dagelijks op Instagram, volledige sketches iedere twee weken op YouTube.
Het gesprek dat nergens heen gaat en juist daarom overal komt.
Klachten? Sloegie heeft er wel een diagnose voor. Of twee.
Nummer 847 wordt opgeroepen. Over veertien jaar.
Orde in de zaal. Of in ieder geval een poging.
Wie is hier eigenlijk verdacht? Sloegie weet het ook niet.
Een ambtsketen, een microfoon en veel te veel meningen.
Stage light, backstage quiet, and the moments in between. Shot on tour.
Msemen met kefta, mintsnoepjes tegen de slaap en autopech die eindigt in vriendschap. Oldskool naar het zuiden.
Geen bureau, geen koffie-ritueel. Een steekwoord, een halve zin, een blik bij de slager. Daar begint het.
Bekende en onbekende gasten, sketches en gesprekken die nergens heen gaan en juist daarom overal komen.
Deze zomer besloten we het weer eens oldskool te doen. Met de auto naar Marokko. Wel met airco natuurlijk, want je kunt tradities ook overdrijven.
De voorbereiding was precies zoals ik het vroeger van mijn vader heb geleerd. Msemen met kefta, pakjes drinken, een goedgevulde coolbox en natuurlijk mintsnoepjes. Die laatste waren volgens mijn vader essentieel. “Die snoepjes houden je wakker op de bergen van St. Sebastian.” Geen idee of daar ooit wetenschappelijk bewijs voor is gevonden, maar als je vader zoiets vaak genoeg zegt, wordt het vanzelf een feit.
Onderweg kregen we een klein ongelukje en wat autopech. Niet bepaald onderdeel van de planning, maar uiteindelijk kwam alles goed dankzij een Algerijnse man uit een Frans dorpje. Een legendary grappige man. We hebben zoveel met hem gelachen dat ik op een gegeven moment bijna vergat dat we überhaupt met pech stonden. Misschien is dat ook wel het mooie van zo’n reis. Je onthoudt uiteindelijk niet de pech, maar de mensen die je onderweg tegenkomt. En natuurlijk die enorme zwarte stier die langs de Spaanse snelweg staat. Elk jaar weer. Hij zegt niks, hij doet niks, maar zodra je hem ziet weet je: we zijn er bijna.
Eenmaal in Marokko ging het tempo omlaag. Veel dutjes, veel zwemmen, veel eten en natuurlijk familie bezoeken. Vooral op het platteland merkte ik weer hoe weinig je eigenlijk nodig hebt om rust te ervaren. Back to basic, beide benen op de grond. Geen uitlaten, geen discussies over waar we gaan eten, wat we vandaag gaan doen of welke outfit er aan moet.
Gewoon ademen.
That’s all, ademen.
Met mijn neven op blote voeten gevoetbald. Tegenwoordig noemen we dat “aarden”. Wij noemden het vroeger volgens mij gewoon geen schoenen aan hebben. Daarna met dezelfde neven naar het strand en een bootje gevaren. Eén van hen was nog nooit op een boot geweest, dus als goede neef heb ik hem natuurlijk de zee in gegooid. Met zwemvest, rustig maar.
Eerst complete paniek. “NEEEE!” En een paar seconden later: “Oh… dit is wel lekker. En zoutig.” Ja broer. Dat is de zee.
Ook nog paardgereden, heerlijk gegaloppeerd en daarna barbecueën met vrienden. Wat wil je nog meer?
En toch lukt het me, of ik het nou wil of niet, nooit helemaal om niet te werken. Mijn hoofd blijft blijkbaar gewoon doordraaien. Dus mijn notities staan inmiddels weer ramvol met scenario’s, situaties, gesprekken en hilarische conflicten die ik onderweg ben tegengekomen. Familie alleen al is genoeg materiaal voor drie seizoenen.
Mensen vragen mij weleens hoe ik een show schrijf. Ik zou natuurlijk kunnen zeggen dat ik iedere ochtend netjes achter mijn bureau ga zitten, laptop open, koffie erbij en vervolgens uren geconcentreerd aan een voorstelling werk. Klinkt professioneel. Is alleen niet helemaal waar.
Ik schrijf veel, maar meestal begint het met kleine dingen. Een steekwoord in mijn notities, een halve zin die iemand zegt, een rare reactie of een situatie waarvan ik meteen voel: hier zit iets in. Mijn laptop ligt daarom bijna altijd in de auto en in de wijk staat mijn notitieblok standaard vrij. En geloof mij, hij krijgt genoeg passjes.
Thuis staat de scanner ook altijd aan om signalen op te vangen die misschien ooit in een show terechtkomen. Niet letterlijk natuurlijk, voor mijn familie die dit leest. Rustig. Maar ik luister, kijk en onthoud. Op familiebezoek wordt gesproken, gevraagd en vooral veel gediscussieerd. Soms is één blik, één opmerking of een discussie over helemaal niets al genoeg om ergens iets in mijn hoofd aan te zetten.
Hetzelfde gebeurt buiten de deur. Een gesprek met iemand van een organisatie kan potentieel materiaal zijn. Een kassamedewerker, een slager, iemand op straat of gewoon iemand die mij iets vertelt. Soms krijg ik tijdens zo’n gesprek ineens de vraag: “Jawad, dit wat we nu bespreken komt toch niet terug in één van je shows?”
“Dat zou zomaar ineens kunnen.”
Je ziet iemand daarna direct in zijn hoofd teruggaan naar alles wat hij de afgelopen tien minuten heeft gezegd. Sommige kassamedewerkers en slagers zijn inmiddels zelfs extra op hun hoede als ik binnenkom. Ze weten dat één verkeerde zin zomaar voer kan zijn.
Maar gelukkig voelt iedereen zich veilig bij mij. Het gaat me namelijk nooit om iemand persoonlijk belachelijk te maken. Ik zoek juist naar de herkenning in een situatie. Familie, opvoeding, cultuur, misverstanden en al die kleine dingen die wij allemaal doen, terwijl we denken dat ze alleen bij ons thuis gebeuren. Daar zit voor mij de humor.
Daarna begint natuurlijk pas het echte werk. Al die losse observaties moeten uiteindelijk één verhaal worden. Schrijven, schrappen, opnieuw proberen en vooral kijken wat op een podium wel of niet werkt. Soms heb ik meerdere volle pagina’s geschreven en dan krijg ik ineens een ingeving van: “Nee man, skot dat.” En dan gaat alles de prullenbak in. En weer door.
Dus hoe ontstaat een show? Eigenlijk overal. Thuis, op straat, bij familie, in de wijk, tijdens een gesprek en blijkbaar ook gewoon bij de slager.
Dus als ik ineens heel aandachtig naar je luister… dat zou zomaar ineens kunnen.
Sloegie krijgt een eigen sketchenserie. Sloegieloog komt eraan! En nee, verwacht geen standaard interviews met een keurig vragenlijstje, een glas water op tafel en twintig minuten ingestudeerde antwoorden. Daar is Sloegie niet zo goed in.
Er komen meerdere bekende mensen op de stoel terecht, maar net zo makkelijk iemand die helemaal niemand kent. Want een goed verhaal heeft geen blauwe vink nodig. Sterker nog, soms zijn juist de mensen die normaal gesproken nooit geïnterviewd worden het leukst om tegenover je te hebben.
Actualiteiten, wereldse zaken, sport, onderwijs, cultuur en eigenlijk ieder onderwerp waar Sloegie ook maar een beetje chaos in kan verwerken, passeert de revue. En geef Sloegie een normaal onderwerp en hij vindt vanzelf een manier om het gesprek een compleet andere kant op te sturen.
Je kunt binnenkomen om over voetbal te praten en tien minuten later midden in een discussie zitten over opvoeding. Een gesprek over onderwijs kan ineens bij cultuur eindigen en voor je het weet zit iemand serieus antwoord te geven op een vraag waarvan hij zichzelf halverwege afvraagt: “Waarom vertel ik dit eigenlijk?”
Omdat je tegenover Sloegie zit. Daarom.
Het moet vooral onvoorspelbaar worden. Bekende gasten, onbekende gasten, actualiteiten, gesprekken, sketches en genoeg momenten waarvan je achteraf denkt: hoe zijn we hier in hemelsnaam terechtgekomen?
Bijna dagelijks verschijnen er korte fragmenten op Instagram en iedere twee weken komt er een volledige aflevering op YouTube. Wie er allemaal op de stoel terechtkomen, houden we nog even voor ons.
Aan iedereen die binnenkort tegenover Sloegie zit: Succes. Dat zou zomaar ineens nodig kunnen zijn.
Sommige mensen weten op hun negentiende precies wat ze met hun leven willen. Jawad Es Soufi wist het eigenlijk ook. Hij deed er alleen tien jaar niets mee!
Het begon in Rotterdam. Jawad was negentien toen hij bij een buurtvereniging een voorstelling maakte voor buurtbewoners. Het onderwerp? De omgang tussen ouders en kinderen. Niet bepaald het eerste onderwerp waarvan je denkt: hier gaat de zaal stuk om.
Maar dat gebeurde dus wel.
Mensen lachten. Ze herkenden zichzelf, hun ouders, hun kinderen en waarschijnlijk ook die ene tante die altijd overal een mening over heeft. Voor Jawad gebeurde er die avond iets belangrijks. Hij ontdekte hoeveel voldoening het gaf om mensen aan het lachen te krijgen en tegelijkertijd iets mee te geven. Theater voelde niet als optreden. Het voelde als thuiskomen.
En ergens zaten Eddie Murphy en Dave Chappelle daar ook tussen. Jawad keek veel naar grote comedians en zag hoe één man op een podium complete werelden kon creëren. Typetjes. Verhalen. Stiltes. Observaties. Eén persoon die een hele zaal kon meenemen. De combinatie van wat hij zelf op het podium voelde en wat hij bij hen zag, zorgde voor één duidelijke gedachte: Dit is wat ik wil doen.
Dus deed hij vervolgens… tien jaar iets anders.
Het leven had blijkbaar eerst nog wat andere plannen. Jawad rolde het onderwijs in en werd docent Nederlands op een vmbo in Rotterdam. Het podium verdween naar de achtergrond, maar helemaal weg was het nooit. Ondertussen kwam hij terecht bij theatergroep De Borrelnootjez, waar hij meespeelde met typetjes en sketches en daar werd het typetje Sloegie geboren. Alleen kwam de lang begeerde one man show niet. Er waren altijd dingen die eerst moesten. Verantwoordelijkheden, werk, etc.
Je kent het wel: eerst alles op orde krijgen en dán beginnen aan je droom. Alleen is er altijd weer iets dat eerst moet. Tot Jawad rond zijn dertigste besloot dat het klaar was met wachten, mede door het continue aanmoedigen van zijn goede vriend Sofyan Amrabat. In 2020 moest het gebeuren.
Het plan was simpel: een theater huren en zelf een show neerzetten. De eerste gedachte was Theater Zuidplein. Alleen werd dat op dat moment verbouwd. Dan maar verder zoeken. Jawad kwam uiteindelijk uit bij het Schouwburg theater in Rotterdam. Er was alleen nog één klein detail.
Hij had het geld niet om hem te huren.
Zijn vriend en profvoetballer Sofyan Amrabat hielp hem en schoot het bedrag voor. De zaal werd geboekt. De show werd aangekondigd. En nog voordat Jawad echt de tijd kreeg om zich af te vragen waar hij aan begonnen was, gebeurde het: uitverkocht, binnen een week. Het bedrag hoefde Sofyan niet meer voor te schieten. “We verrekenen het wel, zei het theater.” Dus hij belde Sofyan:
van het publiek was nog nooit eerder naar het theater geweest.
Niet 20%. Niet de helft. 98%.
Jawad verkocht niet alleen zalen uit. Hij kreeg mensen het theater ín die daar normaal gesproken helemaal niet kwamen. Na een voorstelling in Utrecht liet het theater onderzoek doen onder zijn bezoekers. De uitkomst was bijna absurd. Zijn publiek hoefde niet eerst te leren hoe theater werkt. Ze kwamen omdat ze zichzelf herkenden in wat er op dat podium gebeurde.
De situaties waarvan je soms denkt dat ze alleen bij jou thuis gebeuren. Blijkbaar niet dus. Jawad bracht niet alleen een voorstelling naar een bestaand theaterpubliek. Hij bracht een nieuw publiek naar het theater.
Wie Jawad op het podium ziet, ziet bovendien nooit alleen Jawad. Daar is natuurlijk ook Sloegie. En een verzameling vaders, moeders, kinderen, vrienden, straatfilosofen en andere figuren die verdacht veel lijken op mensen die je zelf ergens bent tegengekomen. Zijn humor laat zich moeilijk netjes in een hokje stoppen. Gelukkig houdt Jawad sowieso niet zo van hokjes.
Hij vertelt wat hij ziet en wat hij meemaakt. Over familie, opvoeding, identiteit, cultuur, Rotterdam-Zuid en de soms volkomen absurde situaties waarin mensen zichzelf dagelijks manoeuvreren. Soms zit er een grens aan. Soms ook totaal niet. Maar achter de grappen zit bijna altijd iets anders. Herkenning. Een observatie. Een spiegel. Soms zie je hem meteen en soms pas wanneer je onderweg naar huis denkt:
Wacht even… hij had het gewoon over mij.
Dat is misschien wel waar Jawad op zijn sterkst is: mensen laten lachen om situaties die eigenlijk veel groter zijn dan alleen de grap.
Maar voor Jawad stopt het verhaal niet bij het theater. De ambitie was vanaf het begin groter: film en televisie. Dus vertrok hij naar Los Angeles om zich verder te ontwikkelen in screenwriting en sitcom. Hij volgde er een opleiding aan de New York Film Academy en verdiepte zich in hoe verhalen voor film en televisie worden geschreven. Van Rotterdam-Zuid naar Los Angeles. Dat is sowieso al een verhaal.
Maar Los Angeles bleek soms nóg vreemder. Daar zat Jawad ineens midden in de wereld waar hij jarenlang vanaf een scherm naar had gekeken. Julia Roberts? Zijn buurvrouw. Phyllis Housen, editor van onder andere Kill Bill, behoorde tot de mensen uit de filmwereld die hij daar leerde kennen en waar hij as we ‘write’ contact mee heeft. Thessa Thompson van o.a. Men In Black en Thor, woonde een deur verderop en iedere ochtend was het “have a productive day!”
En dan ga je ergens koffie halen en staat Leonardo DiCaprio daar. Gewoon. Koffie te halen.
Het zijn mooie verhalen voor thuis, maar Jawad zat daar niet om beroemdheden te spotten. Hij wilde leren. Hoe bouw je een verhaal dat twaalf afleveringen overeind blijft? Hoe schrijf je personages die mensen niet na vijf minuten vergeten? Hoe vertaal je humor die in Rotterdam-Zuid werkt naar een verhaal dat ook duizenden kilometers verderop wordt begrepen? Tijdens zijn periode in Los Angeles werkte hij verder aan zijn eigen scenario’s en legde hij de basis voor zijn volgende ambitie. Want het podium was nooit het eindstation.
Internationaal werken betekent voor Jawad niet dat hij zijn achtergrond moet inruilen voor iets dat gemakkelijker te verkopen is. Juist het tegenovergestelde. Zijn Rotterdamse achtergrond, Marokkaanse roots, familie, taal, geloof, cultuur en identiteit zijn geen bagage die hij moet achterlaten wanneer hij de grens overgaat. Het is juist de bagage die mee móét. De verhalen waarmee hij ooit buurtbewoners aan het lachen kreeg, waarmee hij later theaters vulde en waarmee hij een publiek bereikte dat daarvoor nauwelijks naar het theater ging, komen uiteindelijk allemaal uit dezelfde bron: het echte leven. Zijn leven. En dat van de mensen om hem heen.
Theater was het begin. Film en televisie zijn de volgende stap. Jawad wil schrijven, acteren en creëren. Een eigen sitcom. Films. Series. Producties die niet ophouden bij de Nederlandse grens. Internationaal, maar zonder zijn identiteit bij de douane achter te laten. Want uiteindelijk is dat hoe het allemaal ooit begon.
Niet met een perfect uitgestippeld carrièreplan. Niet met een groot agentschap. Niet in Hollywood. Maar met een jongen van negentien in Rotterdam die voor een groep buurtbewoners stond en ontdekte dat hij mensen kon laten lachen met verhalen die ze herkenden uit hun eigen leven. Daarna had hij alleen nog tien jaar nodig om zichzelf ervan te overtuigen dat hij daar iets mee moest doen. En als je Jawad vraagt hoe hij uiteindelijk omschreven wil worden? Daar heeft iemand die beroepsmatig zoveel praat, opvallend weinig woorden voor nodig.
Eerlijk. Rauw. Puur.
De rest vertelt hij zelf wel op het podium…
Jawad is er niet alleen voor de avondvullende show. Vooral scholen en opleidingen weten hem te vinden, van gastles tot college. Verder: openingen, lezingen, Q&A, als coach of gewoon voor een goed woordje. En voor merken die een gezicht met een verhaal zoeken, denkt hij graag mee.